
Geen woorden, maar knagen
Bevers zien stromend water en denken: over mijn lijk. Daar moet een dam overheen. En wel nu. In Tsjechië werd de afgelopen zeven jaar vergaderd over een dam. Over werkgroepen, budgetten, vergunningen en wie er dan de openingshandeling zou mogen verrichten. Een lintje doorknippen, champagne, dat werk. Maar een groep bevers vond het wachten te lang duren en regelde het zelf. Ze bouwden een dam die zo goed functioneerde dat de overheid zijn plannen kon opbergen. Gratis en voor niets. Geen factuur, geen aanbesteding, geen flitsende PowerPointpresentatie in een zaaltje met slechte koffie. Gewoon knagen: hup, een dam. Klaar.
Bevers haten stromend water. Zet een speaker in het bos en speel het geluid van een kabbelend beekje af en binnen een uur staat er een dam omheen. Stel je voor dat we hier in de gemeente ook zulke beesten hadden. Dat je ‘s ochtends op de fiets stapt en ziet dat die kloteganzen wéér de steeg hebben dichtgemetseld. In de verte waggelt er nog net eentje weg met een troffel en een tas bakstenen onder zijn vleugel. Of stel dat een kolonie ratten, net als de bevers in Tsjechië, besluiten de overheid een handje te helpen. Het Tase-terrein ligt er al jaren onaangeroerd bij, dus nemen ze het heft in eigen pootjes. Ze gooien een paar bouwketen neer en stampen in een maand tijd drie flatgebouwen uit de grond.
Of de meeuwen. Ze hebben de leegstand op de Dijk helemaal gehad en gaan dan maar zelf winkeltjes beginnen. Broodjes haring voor een schappelijke prijs. Een bezwete meeuw achter een poffertjesfornuis. Eentje die het complete Matix-assortiment aan de man brengt, aangevuld met glimmende dingen die hij uit vuilnisbakken heeft gevist.
Maar nee. Hier doen dieren niks. Hier zitten de ratten in de schaduwen te wachten tot iemand zijn frikandel laat vallen. Hier hangen de meeuwen als gevleugelde zakkenrollers boven de markt om een loempia te jatten. Hier bouwen ganzen geen steeg dicht, maar laten ze zoveel stront achter dat je met lieslaarzen naar de supermarkt moet.
Dan die bevers. Die regelen het gewoon. Die wachten niet op wethouders, vergunningen of haalbaarheidsonderzoeken. Die zeggen niet ‘we nemen het mee in de evaluatie’. Die bouwen een dam en gaan weer verder met hun dag. Geen woorden, maar knagen. Ik zeg: geef die bevers een zetel in de gemeenteraad. In één week is het hele dorp af.